Mensenwerk


Geen zin meer. Op een klein stationnetje ‘s morgens in de vroegte. Politie-linten sluiten de trappen af, zie ik wanneer ik al op het perron sta. Bij kleine stationnetjes doe je niet aan de hoofdingang, die bereik je door kruip door, sluip door routes. Die zijn sneller wanneer je de trein wilt halen. Een tweetal jonge meiden kwamen wel door de hoofdingang. Het politie-lint kon niet voor hen bedoeld zijn. ‘Boeie’. In shock renden ze even hard terug als ze de trap opkwamen. ‘Eigen schuld dikke bult,’ dacht ik even. ‘Word je hard van,’ was mijn vervolggedachte. Mijn ingang bleek andermans uitweg.

Even later kwam er een busje aanrijden. Er stapten mannetjes gekleed in een overall uit, geen witte. Mannetjes met handschoenen, een hoge drukspuit en een ‘vuilniszak’. Zij speurden tussen de rails naar restanten, op zoek naar de troosteloze erfenis van een zelfmoord. Een vinger, een ring, horloge, een bril misschien. De mannetjes zeiden niks, ze werkten door.

De zon scheen door het water van de hoge drukspuit met een regenboogje als gewelf was het gevolg. Het meest droeve regenboogje ooit.

Wat doe je? Niks. Wat zeg je? Niks. Wat denk je? Niks. Uiteindelijk wordt het spoor vrij gegeven en dendert de volgende trein in cadans over de rails naar de horizon, de einder voor sommigen.

Advertenties
%d bloggers liken dit: