Boney Mortis

Bobby Farrell is amper koud en de eerste dient zich al aan. De lijkenpikker. Ontmoet Liz Mitchell. Wie? Liz Mitchell komt onder haar steen vandaan gekropen en gold eerder als leadzangeres en huppelnegerin van Boney M. Liz heef het zwaar, heel zwaar. Drie dagen na het onverwachte overlijden van de 61-jarige Farrell is ze nog altijd in tranen. Niet uit verdriet wegens het overlijden van haar Bobby. Welnee. Haar eigen kommer en kwel natuurlijk. Terwijl Bobby vrolijk aan de ontbinding begint, neemt Liz graag de spotlight voor zichzelf. Rouwt u een stukje mee?

Liz vindt dat het ware verhaal rond Boney M nu eindelijk moet worden verteld. Want ondanks het enorme verdriet dat zich over dit goed gepigmenteerde klaagvrouwtje meester maakt, vind ze het van evenveel belang te melden dat zij het enige groepslid was, dat wèl echt zong. Bobby Farrell en model Maizy Williams waren neppers. Begrijp haar niet verkeerd, want Liz is natuurlijk extreem verdrietig over het overlijden van haar Bobby die inmiddels al bijzonder enthousiast in de de eerste staat van ontbinding is geraakt.


Boney M

Het onder-de-steen-negertje zou het onder-de-steen-negertje niet zijn wanneer ze nog even snel de slaventroef nog opgooit. Willoos als Liz Mitchell altijd al is geweest stond ze onder contract bij de Duitse platenboef Frank Farian. En wat die allemaal heeft geflikt. Hij heef Liz arm gehouden, een lijfeigene gemaakt. Bewust dus. ‘Wij zijn zwart, het was logisch dat wij arm bleven. Niemand maalde erom.”

Het getergde slavenmeisje baalt nu helemaal want na het plotseling wegvallen van haar goede vriend Bobby, die ze al geen tijden had gezien, kan de reünie-tour op het hongerbuikje worden geschreven.

Terwijl Bobby de wormen- en madenmaagjes heeft gevuld kunt u Liz binnenkort zien bij een gezellig keuvelprogramma waar haar krokodillentranen velen malen rijkelijker vloeien dan ze in het hele leven van Kunta Kinte ooit gedaan hebben.

Advertenties
Getagged , ,

One thought on “Boney Mortis

  1. mumke schreef:

    Lijkenpikkerij van de bovenste plank. Misschien staat ergens in een van die beroemde OOR-jaarboeken uit de tachtiger of negentiger jaren het verhaal nog wel.

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: