Splinters: de conducteur

Dagelijks puilt mijn inbox weer uit met verzoekjes om iets te schrijven over mijn eigen persoontje. Wie is die gekke, malle, dwaze Ollie nu werkelijk, dat willen demense graag weten. Wie ben ik om niet te voldoen aan die vraag? Niemand. Helemaal niemand. Vanaf heden dus een stukje lifeloggen voor demense. Met vandaag: De conducteur.

Om het verhaal ietwat duiding te geven doe ik er goed aan een kleine profielbeschrijving van De Conducteur te maken. Conducteurs zijn dom. Sorry, harde waarheid. Dat je conducteur bent, soit. Maar dat je besluit om conducteur te worden proves my point exactly. Conducteurs zijn niet alleen dom, ze slaan hun vrouw, hun kind, zijn alcoholist, gokverslaafd en gaan naar de hoeren. En ze stemmen PVV. Dit zijn ongeveer de ingrediënten voor een miserabel leven die doen besluiten om conducteur te worden. Binnen deze beroepsgroep heb je ook nog diverse types, minder behepte beroepsschakeringen zo u wilt. Zo heb je onder meer de jolige conducteur die een arsenaal aan standaard grapjes op alles en iedereen loslaat. (niveautje Lorett de le Mar buschauffeur). Je hebt de lompe boer die je zo dom aankijkt met zesendertig overhemdknoopjes open alsof hij de helft van een Siamese pitbulltweeling is. En dan heb je nog – en dat zijn de ergsten – de oude rot in het vak. De grijze man die het allemaal wel gezien en meegemaakt heeft. Het type dat je heel stichtelijk de les wil lezen, boven je gaat staan, op je neer probeert te kijken. Het volk dat bij een inhoudelijk weerwoord zo laf is dat ze een boete moeten uitschrijven.  Waarbij de actie groter dan hij is. “Anders moet ik een boete uitschrijven.” 

Zat ik vandaag toch in de trein toen toevallig het laatstgenoemde specimen zijn ronde maakte. Het was een ranke versie van SGP’er Bas van der Vlies met een voorkomen als wijlen Frans van Dusschoten. Als een oude schoolmeester stapte hij met zijn handen op zijn rug door het gangpad terwijl hij de reiziger degradeerde tot een klein schoolkind. “Zo mevrouwtje” hier, en “kijkt u eens meneertje” daar.  Toen kwam hij bij mij. Bij mij en mijn hond wel te verstaan. Ik overhandigde mijn vervoersbewijs als een knulletje dat zijn proefwerk inleverde waar hij heel goed voor geleerd had. “En?” Meer zei hij niet. “En bedankt,” grapte ik. “En, het kaartje voor uw hond. Kunt u me dat overhandigen?” Dat had ik natuurlijk kunnen doen, ware het niet dat ik geen kaartje voor mijn viervoeter had gekocht. En exact dat deelde ik hem dan ook mee. De verongelijktheid die er op volgde was even tragisch als lachwekkend.

“Waarom heb jij geen kaartje voor je hond?” Bas van Dusschoten zag zijn kans schoon en maakte van de gelegenheid meteen maar gebruik om te gaan tutoyeren. “Omdat de regels niet uniform zijn meneer.” Terwijl hij vroeg of ik het nog een keer wilde herhalen onder het mom dat hij me niet verstaan had, hoorde je het mechaniekje in zijn hersenpan kraken. Regels die niet uniform zijn. Dat was een pittige voor opa. Gek genoeg schakelde hij meteen weer over naar ‘u’ en vroeg mij mezelf nader te verklaren. “Uw regels zijn niet uniform. Van de ene collega hoef ik geen kaartje voor mijn hond te kopen. De ander zegt dat deze in een draagtas moet zitten. Onder de bank, op schoot. Ik heb ze allemaal voorbij horen komen, generaal. Toegegeven dat ‘generaal’ had ik misschien niet hoeven zeggen.

“Meneer de regels zijn heel eenvoudig. Draagt u uw hond in een draagtas, of past deze op schoot, dan hoeft u geen kaartje te kopen voor uw hond. U zit hier, met uw hond naast u en u heeft geen vervoersbewijs voor uw hond.” “Meneer de conducteur, begrijp mij niet verkeerd,maar wanneer ik u achter in het gangpad zie aankomen , dan is het toch niet meer dan netjes van mij wanneer ik mijn hond even van mijn schoot afhaal om u tijdig mijn vervoersbewijs te kunnen overhandigen. U lijkt mij een man die het op prijs stelt wanneer zijn reizigers enige medewerking tonen.” Het interne conflict wat daarop bij de pre-pensionata volgde laat zich het beste omschrijven als het wolkje achter Pluto van Mickey Mouse die niet weet hoe snel hij weg moet komen.

… “Gelukkig maar anders had ik een boete moeten uitschrijven”

Ollie kreeg ooit de officieuze diagnose 50% zwerver en 100% spartaans te zijn. Een greep uit al zijn tochten van weleer en nu zijn te lezen in Splinters. Het steekt even tijdens het verder lopen.



Advertenties

3 thoughts on “Splinters: de conducteur

  1. mumke schreef:

    Ik wou soms dat ik jouw kunde in verbaal reageren had.

  2. Eric schreef:

    Ik moet ineens aan Hans Teeuwen denken.
    “En dat krijgen ze niet bij elkaar in die koppies…”

    🙂

  3. Noa schreef:

    Lijkt wel iets op je!

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: