Splinters: de lekkerste pizza ooit

Ooit heb ik op straat geleefd. Niet lang. Maar toch. Maandje of wat. Niks zieligs aan. Ook niks leuks aan. Hard, dat wel. En met een beetje goede wil leer je er van. Met name hoe het niet moet. Voor die tijd vond ik het wel een romantisch idee. Dat beeld is inmiddels bijgesteld. Kom dan ook niet bij me aankakken met een geflipte kunstenaar in een Lacoste-trui die een half jaar als een clochard in Parijs wil leven. Opzouten. Mensen met een financieel vangnet hebben geen recht van spreken. Nul.

Het was ergens in november, december, stukje januari. Koud. Teringtyfus, wat was dat stervensfucking koud. Basisles nummer uno: kleed jezelf in laagjes. Veel laagjes. Suikerwater is je vriend, jezelf zo goed mogelijk blijven verzorgen een must. Legitiem aan voedsel komen wordt dan lastiger dan je denkt. Of ik was te trots, of vol schaamte. Dat kan ook. Slapen deed je nooit direct op de grond, maar op een karton, plastic zakken of een uitgespreide jas. Hoewel slapen. De nacht kent even mooie als rare kostgangers. Je gaat anders denken, als een junk zonder verslaving. Snel en rusteloos. Vooral rusteloos. Honger vormt een prima medicijn tegen verdriet. Het houdt je scherp, alert. Voedsel werd slaapmiddel. Een lichaam heeft energie nodig om voedsel te verwerken. Die warmte was net voldoende om in slaap te vallen. Net als alcohol. Dat gek genoeg eenvoudiger is te scoren. Ik dronk geen alcohol. Al vijf jaar niet meer. Hoe verleidelijk ook, deze situatie was geen reden daar weer mee te beginnen. Juist niet.

Zover was het nog niet. Ik had honger. Geen trek, honger. En ik was moe. Kapot. Hoe makkelijk was het geweest een weerloos iemand van zijn fiets te trappen en er met geld vandoor te gaan? Hoe eenvoudig was het om ruzie te zoeken, om een etalageruit kapot te schoppen en daarna voor een paar uur zonder veters in je schoenen onderdak te hebben? Makkelijk. Tijdens het synchroniseren van het genenpakket is de overdracht van het mapje De Makkelijkste Weg niet geheel gelukt. Dat wat restte was zoeken, naar resten.

Het is opmerkelijk wat men allemaal weggooit. Opmerkelijk, verbazend en bizar. Een container opentrekken en een jaarvoorraad goedgevuld maandverband aantreffen, waren nu niet bepaald de items waar mijn smaakpapillen een rondedansje van gingen doen. Daarbij viel het me destijds op hoeveel plastic verpakkingen er zijn. Veel, heel erg veel. Mijn maal vond ik uiteindelijk in karton. Vierkant karton. Een halve pizza met korst en al. Pizza shoarma. Honger maakt rauwe pizza zoet. Het was het bedorven vlees dat tot ziekte en overgeven zou kunnen leiden. Het eerste nam ik op de koop toe. Het tweede zou zonde zijn.

Met chirurgische precisie ontdeed ik het het vergane beest van het deeg. Met een aansteker warmde ik het gerecht op. Dood aan alle bacteriën, kill ‘em all. Het was koud. Ik at. Laten het vijf happen zijn geweest, laat het te goor voor woorden hebben gesmaakt. Of het van verdriet of geluk was is me ontschoten, maar niet veel later viel ik huilend in slaap. Met oprecht de lekkerste pizza die ik ooit heb gegeten in mijn maag.

Ollie kreeg ooit de officieuze diagnose 50% zwerver en 100% spartaans te zijn. Een greep uit al zijn tochten van weleer en nu zijn te lezen in Splinters. Het steekt even tijdens het verder lopen.

Advertenties

2 thoughts on “Splinters: de lekkerste pizza ooit

  1. mumke schreef:

    Hap. Slik.

  2. Apenkoning schreef:

    Goed stuk man!

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: