Interview: discuschreeuwen met Marieke de Vries

In het huis: The Saint of all Sennheisers, Betacambabe Marieke de Vries. Deze hinde der headlines doet geen NOS, ze is NOS. Met exact dezelfde schoenmaat als Prinses Máxima is Marieke de ware queen van Volk en Vaderland. De M van monarchie is dezelfde als de M van Marieke. Toeval? Neen. De reden dat Philip Freriks zo lastig uit zijn woorden komt heet Marieke. En ook Rob Tript bij haar aanwezigheid. Oranje is geen kleur, het is een way of life. Licht uit, spot aan voor de beschermvrouwe van alle plopkappen, Marieke de Vries.

Ik ben mijn pruik vergeten op te zetten en mijn snor heb ik niet laten staan, maar toch: Wie is je vader? Wie is je moeder?

Nou, Tante Ollie, mijn vader is Theo de Vries, nu een ontzettend genietende pensionado, die eigenlijk ook wel journalist had willen worden, maar de tijd niet mee had (zoals ie het zelf zegt) en toen het onderwijs in is gegaan. Het speciaal onderwijs, welteverstaan. Voor de klas gestaan van een MLK-school (moeilijk lerende kinderen) en uiteindelijk directeur geworden van een VSO (voorgezet speciaal onderwijs). Zwart haar, met baard en snor en de man die mij de liefde voor boeken, musea en het goede leven bijbracht.

Mijn moeder is Joke de Vries-van der Harst, geboren Scheveningse en een pionierster in haar tijd. Werkte als 1 van de eersten in Nederland met een computer (de jaren ’70) op haar eigen reisbureau. Gaf dat op toen ze een gezin kreeg en begon gewoon doodleuk aan een nieuwe carrière, eerst als peuterspeelzaalleidster, later zelfs als gediplomeerd sociaal pedagogisch werkster in de gehandicaptenzorg. Een beauty, ook nu nog, met felblauwe ogen en blond haar. Ze heeft me altijd bij m’n eigen gevoel gehouden en me alle zelfvertrouwen van de wereld gegeven om te worden wie ik wilde zijn.

Dan heb je zo ongeveer de meest gangbare Nederlandse poldermodelnaam, en toen besloot je ooit je te willen differentiëren, jij wilde groot, jij wilde nation wide, Marieke de Vries wilde naar N to the O to the S. Zoiets?

Dat was nooit een vooropgezet plan. Sterker nog, ik dacht nooit aan die NOS, want dat was veel te hoog gegrepen, dacht ik. Eigenlijk is m’n carrière heel natuurlijk verlopen. Ik ging vanuit m’n studie stage lopen bij de lokale omroep Stads-TV Rotterdam (de voorloper van TV-Rijnmond) en daar kon ik blijven freelancen. Toen SBS begon met uitzenden ging een eindredacteur van Stads-TV naar SBS en een jaar later vroeg hij me of ik niet ook wilde komen. Dat vond ik wel wat; landelijke TV en Hart van Nederland was een perfecte start – ik was pas 23. Dat gold voor de meeste mensen die daar begonnen, allemaal jong, een soort rebellenclub; wij tegen de rest van de media en zeker die oubollige NOS. Ik leerde alle facetten van het vak kennen EN, belangrijker nog, ik kwam bij Nederlanders van alle rangen en standen over de vloer. Een mooie tijd. Na 8 jaar ging ik weer wat om me heen kijken en toen kwam de NOS via via op m’n pad. Ik solliciteerde en tot m’n eigen verbazing werd ik verslaggever. De rest is –voor nu- geschiedenis.

Welke fases heb je allemaal doorlopen? Voor wie moest je als eerste koffie halen?

Ik haal nog steeds koffie, voor wie maar wil. Maar verder heb ik vooral altijd heel veel plezier in het werk gehad. Als je dat hebt, werk je ook graag hard en dat valt op. En gewoon jezelf blijven, dat scheelt ook een heleboel.

Apeldoorn, Koninginnedag 2009. Meneer Tates rijdt in een zwarte Suzuki Swift zeven koningsgezinden dood om vervolgens zelf te eindigen tegen een monument. Jij was er niet bij. Balen?

Nee, niet. Ik heb daar toen nog een blog over geschreven, omdat ik die vraag meer kreeg. Maar ik weet niet of ik de rest van de dag nog doodleuk in de camera had kunnen staan praten als ik al die ellende had gezien. Ik denk het eerlijk gezegd wel, want je zet toch een knop om, maar achteraf krijg je toch de klap. Collega’s hebben er nog een tijd last van gehad.

Je bent inmiddels een opperbopper binnen de NOS, en tevens royaltyverslaggever. Moet jij je eigen darlings weleens killen?

Nou en of. Dat moet elke verslaggever sowieso tijdens de montage van elk verhaal, je moet altijd weer mooie dingen ook weglaten, want zo’n journaalitem is maar 2 minuten. Maar het ergste had ik er last van toen ik de reis naar de Noordpool had gemaakt. Toen kwamen we met zulke mooie opnames terug dat het bijna niet te doen was, die selectie. Ik weet nog dat Hans Laroes (voormalig hoofdredacteur van het NOS Journaal -red-) toen langs kwam in m’n montageset om te vragen hoe het ging met het killen van de darlings en dat ik alleen nog maar kon verzuchten: “Het is een genocide”.

Als chef doe ik nu minder vaak verslag en ook dat is een soort killen van een darling, namelijk minder het straatwerk. Maar ik heb er bewust voor gekozen, omdat ik na 7 jaar wel weer een nieuwe kant van het vak wilde leren kennen. Ik was al 16 jaar verslaggever en soms wil je ook kijken of je nog andere kwaliteiten in je hebt.

Het is de afgelopen jaren steeds raak als Beatrix ten tonele verschijnt. Een drama als in Apeldoorn en stemoefeningen van de Damschreeuwer liggen het collectief nog vers in het geheugen. Ben je daar als verslaggever meer mee bezig nu? Ga je er al vanuit? Staat er een extra camera klaar?

We gaan er niet vanuit, maar we zijn wel voorbereid. Bij grote evenementen als Koninginnedag, 4 mei of Prinsjesdag heeft de NOS natuurlijk overal al camera’s staan, dus de kans dat we iets missen is nihil. Als ik op andere momenten met de koningin in het land ben neem ik geen extra camera mee, dan let ik gewoon scherp op. Je bent je wat meer bewust geworden van het publiek, zeg maar.

Je bent niet alleen een bekende Nederlander, je bent ook nog een dame die geacht wordt objectief het nieuws te brengen. Baal je er nooit van dat je en plein publique je eigen mening niet mag ventileren, danwel spuwen?

Neuh, dat hoef ik niet zo in het openbaar. Daar heb ik een hele pittige groep mensen voor om me heen, waarmee ik regelmatig over van alles en nog wat spar. Discuschreeuwen, noemen we dat, dus je snapt; dat gaat er stevig aan toe soms.

Het is groen, talentvol en ambitieus. Rara…? Jeroen Wollaars, heel goed! Wat kan Jeroen nog van jou leren? En ja, je voelt hem al aankomen: wat kan Marieke de Vries van @wol leren?

Jeroen en ik leren nog elke dag van elkaar. Ik leer van hem veel over de nieuwste technieken en hij heeft me geïntroduceerd op Twitter, zoals je weet. En ik hoop hem soms nog wat dichter bij zichzelf te brengen, zichzelf te zijn op TV. Net zoals ik dat ook nog leer van andere verslaggevers. Maar weet je wat het is in het verslaggeversvak? Je kan nooit echt iets overnemen van een ander, want dan is het niet meer van jezelf. Je moet jezelf durven zijn in je verslagen, durven weer te geven wat jouw indrukken zijn en die zo coherent en beeldend mogelijk overbrengen op de kijkers. Dan pas ben je een sterke verslaggever (in mijn ogen).

Men zou kunnen zeggen, die Marieke heeft bij de NOS het hoogst haalbare bereikt. Ik niet. Ik denk dat Marieke nog even blijft en dan voor zichzelf gaat beginnen. Productie, mooie documenten vastleggen. Human interest, beetje rauw, beetje maatschappelijk. Zit ik in de buurt, een beetje? Wat zijn de plannen van Da Vries?

Geen idee, het kan nog alle kanten op. Er komt vast wel weer iets op m’n pad, wat de volgende afslag kan zijn. Het zal alleen nooit in de PR of mediatrainingenhoek zijn, want dat zou overstappen naar de vijand zijn.

 

Advertenties
Getagged , ,
%d bloggers liken dit: