Wij zijn de beste

Even bijkomen. Wat een happening, wat een verbondenheid en een betrokkenheid. Het lijkt slechts een paar uur, maar in werkelijkheid zijn we al dagen verder. Het is die rush, die adrenaline die als door een Kärcher aangedreven door je lijf p.o.m.p.t. Ik ben niet meer rustig te krijgen, dat mag u best weten. Ik krijg daar een enorme kick van.

Waar gouden handdrukken voor stelselmatig falende directeuren en populistische politici de erosie zijn voor onze nationale identiteit, zijn wij als volkje nog steeds het collectief dat ergens voor staat. Zolang er meer gebalde vuisten zijn dan kleffe handjes houd ik vertrouwen en moed. Want dat maakt onze maatschappij, de wortels, die massieve hoeksteen van puur goud. Dat is mijn land, dat is mijn Nederland en daar ben ik trots op.

Overal werd er over gesproken. Het gonsde van de energie op tv, op de radio, op internet. Een vuist moesten we maken, ergens voor gaan staan. En die vuist maakten we. We gingen er voor staan, pal. Zonder ook maar één centimeter te wijken. Een collectieve alliantie. Niet aan de Staat, noch aan de Monarchie, maar aan de Mens. Aan het wezenlijke zijn van de mens. Een schouder voor de onderdrukten, wereldwijd.

Uit alle lagen van de bevolking werd van de geboden podia gretig gebruik gemaakt om het ultieme wij-gevoel voor het voetlicht te werpen, zonder uit het oog te verliezen dat de spotlight niet voor ons is, maar voor die ander. Diep respect voor mensen die aanpakken, waar het eelt op de handen staat. Ruwe klauwen die bergen verplaatsen, met twee poten in de modder staan voor wie je bent.

Allen waren wij die dag Spartacus door onszelf naar voren te schuiven om mondiale misstanden aan de kaak te stellen. We hadden het er over. Het is aan anderen het op te knappen. Maar verdomme wij hadden het er over, allemaal. Internationale Vrouwendag. Volgend jaar weer.

Advertenties
%d bloggers liken dit: