Masker voor gezichtsverlies

Ik dicht mezelf niet veel wijsheid toe wanneer het over politiek gaat. Is dat mijn schuld? Deels. Ik weet er te weinig van. Ik ken het verschil tussen Kabinet en Tweede Kamer, tussen Minister en Staatssecretaris. Het verschil tussen de persoon, de partij en het uitvoeren van de wet. Ik begrijp dat je een spel moet spelen om serieuze zaken te bewerkstelligen. Maar echt heel veel meer dan dat weet ik niet. Anderzijds word ik maar wat graag dom gehouden. Zo zullen er vast voldoende redenen zijn om het Catshuisberaad achter gesloten deuren te laten plaatsvinden. Echter zijn er misschien nog meer redenen te bedenken om dit niet te doen. Toch blijven de deuren gesloten en is de reden die hiervoor wordt aangedragen niet meer dan een mededeling. Soit, daar moet u het mee doen.

Inmiddels is het duidelijk dat diezelfde politiek, die eerder geen nuance wil aanbrengen, dit maar wat graag doet wanneer er een verschil geduid moet worden tussen onderhandelingen met de SGP en gesprekken met de SGP. „Ik zeg u, dat er geen onderhandelingen hebben plaatsgevonden.” aldus onze Minister-President die woorden met soortgelijke strekking bezigde. Dat is natuurlijk iets ’heel’ anders dan het voeren van gesprekken.

Een Geert Wilders die, tragisch genoeg, al sinds jaar en dag geïsoleerd leeft en wiens mediaoptreden zich tot de monoloog op Twitter beperkt. Hij predikt graag zijn aversie tegen niet westerse ideologieën op het scherpst van de snede en schurkt tegen de grenzen van het betamelijke aan. Dat is zijn goed recht, als mens en als politicus. Echter heb ik hem nog nooit expliciet horen uitspreken tegen de malafide praktijken van die westerse religie. Was Ad Simonis moslim geweest en had hij zijn ‚Wir haben es nicht gewußt’ in die hoedanigheid te berden gebracht, dan had de boom niet hoog genoeg kunnen zijn. Hetzelfde hout had hij later gebruikt om het Openbaar Ministerie aan vast te spijkeren die de aanklacht tegen Simonis liet varen omdat deze het volgens hen echt niet gewußt had. Eens te meer opmerkelijk dat dezelfde geestelijke nu helemaal kaltgestellt lijkt in de media.

Staatssecretaris Fred Teeven zet nu definitief geen handtekening onder de initiatiefwet om het verbod op godslastering te schrappen. Volgens de VVD een spel van D66 door oude koeien uit de sloot te halen, het opwarmen van oude prakken voer geïnitieerd door Alexander Pechthold. En eerlijk, ik word liever geflankeerd door Teeven dan Pechthold die ik er van verdenk zijn eigen moeder voor een appel en een ei te verkopen, maar ondertussen is die handtekening wel weg, en is wat de VVD betreft Godslastering nog steeds strafbaar.

Dat houdt per saldo in dat je volgens de letter van de wet een agent mag uitschelden, wanneer deze een boete uitschrijft waneer je de naam van de Heer niet ijdel gebruikt. Dat houdt tevens in dat je onder de noemer vrijheid van meningsuiting een groep als „islamitisch stemvee” mag wegzetten, maar een welgemeend godverdomme strafbaar is.

Nu zal het zo’n vaart niet lopen wanneer je een fictief persoon uitmaakt voor rotte vis. Maar gaat het daar om? Nee. Het gaat om de hypocrisie. Het gaat er om dat je in 2012 conformeert aan een wet uit 1932. Het gaat er om dat wanneer je een handtekening onder een initiatiefwet definitief verwijderd en anderzijds te kennen geeft dat het met vervolging niet zo’n vaart zal lopen, je simpelweg zegt dat je onze wetten hoef je niet zo serieus te nemen. Dat je in deze barre tijden de politiek niet serieus hoeft te nemen. Het gaat erom dat meten met twee maten nooit het masker voor gezichtsverlies mag zijn.

 

 

 

 

▪ Artikel 147 sub 1 verbiedt ‘smalende godslasteringen’ als die in het openbaar geuit worden en krenkend zijn voor godsdienstige gevoelens. Dit geldt zowel voor gesproken als voor geschreven teksten en voor afbeeldingen. (maximum straf: 3 maanden gevangenis) [8]
▪ Artikel 147 sub 2 verbiedt bespotting van predikanten, priesters en dergelijke ‘”in de waarneming van hun bediening”.
▪ Artikel 147 sub 3 verbiedt beschimping van aan de eredienst gewijde voorwerpen.
▪ Artikel 147a lid 1 en 2 betreft het uitgeven of ten gehore brengen van godslasterlijke publicaties. Daarop staat maximaal twee maanden gevangenis.
▪ Artikel 147a lid 3 bepaalt dat iemand die binnen twee jaar herhaaldelijk wordt veroordeeld voor een dergelijke publicatie uit zijn beroep (van uitgever) gezet kan worden.
▪ Onder de “Overtredingen betreffende de openbare orde”:
▪ Artikel 429bis stelt een maand gevangenisstraf op het aan de openbare weg tonen van krenkende, godslasterlijke leuzen en afbeeldingen.[9]
Advertenties
%d bloggers liken dit: